Portret
BEZOEK AAN HOTEL IMPALA
 
                                      
Baloji
‘Ik dacht: wie probeert me hier in de val te lokken. Ik vond het aanvankelijk twijfelachtig’, laat Baloji zich ontvallen. ‘Het gebeurt wel vaker dat mensen contact zoeken met iemand om er daarna geld uit te slaan. Het duurde drie maanden alvorens ik haar terugbelde. Ik geloofde het niet, maar ergens had ik ook iets van: Je bent te laat. Het is 25 jaar geleden dat ik nog iets van je gehoord heb.’

Hotel Impala, het solodebuut van Baloji is meer dan een album. Het is een audiobiografie bestemd voor zijn moeder; een impulsieve, muzikale twist in de hersens van een 29-jarige Congolese Belg; het ongeplande maar opgemerkte wederoptreden van een muzikant die in een muzikaal slop zat; een verzameling tot in de puntjes afgewerkte songs, van hiphop over soul tot zelfs chanson; het zoveelste product van EMI en vooral ook een uniek verhaal.

‘Om het simpel te houden’, begint Baloji. ‘Hotel Impala is een ode aan mijn moeder. Het antwoord op een vraag die ze mij twintig maanden geleden stelde toen ze me na 25 jaar opnieuw contacteerde. Hoe was het mij al die jaren in België vergaan? Ik kon er niet zomaar op antwoorden dus maakte ik het album met haar in mijn achterhoofd. Alle songs op de plaat hebben een zekere richting en een doel. De titel Hotel Impala is ook de naam van het motel dat mijn vader uitbaatte in Kolwezi in Katanga. Het werd begin jaren '90 vernield. Of dit het album is dat ik altijd al had willen maken? Zo zou ik het niet zeggen omdat ik geen plannen had om solo te gaan. Het is eerder het album dat ik voor mijn moeder wou maken en niet voor mezelf. Dat is toch een verschil. Ik ben geen gevoelige mens maar dit album had ik volledig in gedachten toen al die situaties zich voordeden.’

Baloji verhuisde 25 jaar geleden met zijn vader van zijn geboortestad Lubumbashi (Congo) naar ons land. ‘Mijn moeder vertelde me dat hij ‘het land van Marvin Gaye’ had gezegd. Het was een meer poëtische manier om te zeggen dat hij me meenam naar België.’ Nadat hij een tijdje in Middelkerke – nabij Oostende – woonde, kwam hij bij een pleeggezin in Luik terecht waar hij op 13-jarige leeftijd dankzij New Jack Swing gefascineerd raakte door hiphop. Wat later bij het horen van Franse rap ging zijn wereld open en Baloji kwam terecht in de Luikse rapgroep Malfrats Linguistiques, later het succesrijke Starflam (anagram van Malfrats). Van toen af ging hij door het leven als Balo en rockte met de groep tweemaal platina. Door een gebrek aan management en interne meningsverschillen bleek een split van de groep echter niet langer te vermijden.

      

‘De liefde was er niet meer en vooral de zakelijke kant van het verhaal heeft ons de das omgedaan. We hadden niemand rondom ons die ons beschermde. Muzikanten moeten in zekere zin naïef blijven’, zegt Baloji hierop. ‘We hoeven niet te weten waarom dit of dat radiostation die bepaalde track niet wil spelen. Common heeft het hierover in The Sixth Sense. Als je weet wat er allemaal in de muziekbusiness gebeurt, dan verlies je je onschuld, … en je drive.’

Die drive om zich opnieuw in de muziek te storten, won Baloji terug toen zijn moeder hem drie jaar geleden out of the blue een brief stuurde waarin ze het had over zijn kinderjaren, over haar leven en over die ene nacht met zijn vader waarvan Baloji het resultaat was. Baloji was van streek. Het duurde enkele maanden alvorens hij het geloof en de moed vond om de telefoon op te nemen en haar te bellen. ‘Ik wou haar mijn verhaal vertellen maar ik weet niet of ik echt goed zou kunnen converseren zonder gebruik te maken van muziek.’

Het sleutelmoment waarop hij besliste om er een volledig album aan te wijden, kwam er toen hij voor het eerst het in zijn geval heel toepasselijke I’m Going Home van Marvin Gaye hoorde. ‘Het is niet echt een song, eerder een jam van hem. Ik vond het alleszins prachtig en het sprak me heel levendig aan. Het nummer bracht me bijna aan het huilen. Met die song in gedachten heb ik het hele plaatje uitgedacht. Ik zou er een cover van maken en bij uitbreiding een soort van volledige soundtrack van mijn leven, met verschillende episodes. Die zou dan eindigen met I’m Going Home (Nakuenda op de plaat, wat terugkeren betekent in het Swahili). Dat samen met een slamcontest die ik in Parijs won in 2005 heeft me doen beseffen dat er weer werk aan de winkel was.’

The making of

Geen sinecure zo bleek. Toen Baloji naar buiten kwam met zijn ambitieuze idee voelde hij zich naar eigen zeggen compleet verloren. ‘Ik had geen beatmakers. De enige met wie ik ooit samenwerkte was Mig One ten tijde van Starflam. Ik was radeloos om een plaat te maken zonder hem. Heel wat beatmakers die ik contacteerde, raadden me mijn idee af. Ben je wel zeker? Maak gewoon een simpel album waarop je rapt en laat een dj enkele scratches doen. Maar ik wou meer doen met de muziek. Ik was immers volledig gestopt. Ik had niks meer te zeggen en ik vond ook dat ik geen talent genoeg had. Ik wou mezelf overtreffen.’

         

Baloji zette door, maakte keuzes waarvan het doel de middelen heiligde en vond zijn beatmakers. Meer nog. Aan Hotel Impala werkten uiteindelijk zo’n 56 muzikanten mee. Al relativeert hij dat aantal. ‘Van de zestien tracks steunen er dertien op een hiphopbeat. Drie andere zijn heel organisch en ingespeeld en er zijn maar twee tracks waarbij we livedrums gebruiken. I DOUBLE L deed een paar beats en Luigi van Infinitskills programmeerde veel van de drums. Hij is echt een monster als het daar op aankomt. It’s crazy. Als je ook beroep doet op een koor- en strijkersectie dan kom je al snel aan zo’n aantal.’ Toch zorgen de live ingespeelde instrumenten van onder meer Peter Lesage en enkele opmerkelijke gastbijdragen zoals die van The Platters-zangeres Ella Woods, of toetsenist/producer Amp Fiddler voor een heuse opwaardering van Hotel Impala.

‘Toen ik eraan begon had ik twee albums in gedachten. Een daarvan was Late Registration van Kanye West. Ik hou er echt van, ook omdat filmproducent John Bryan er aan meewerkte. Het deed me beseffen dat ik verder kon gaan dan enkel een beat nemen en daarover rappen. Met Mig One had ik dat ook al ondervonden. Ik deed mijn verse op de beat en hij voegde achteraf nog kleine dingen toe. Maar dit keer had ik Mig One niet en het was moeilijk om het uit te leggen aan de beatmakers. Ik wou gevoelens uitdrukken zoals verdriet, intensiteit, agressie, onrust,…. De gemakkelijkste weg was om iemand te vragen om het in te spelen.’

De guests

Die zoektocht naar gastmuzikanten verliep niet altijd even vlot. Voor Nakuenda, de herwerking van I’m Going Home, had Baloji oorspronkelijk Jamie Lidell in gedachten nadat hij hem aan het werk zag tijdens een van zijn Belgische shows. ‘Ik vind hem de nieuwe Otis Redding. Hij is een technisch genie. Een multi-instrumentalist die ergens het midden houdt tussen Aphex Twin en Otis Redding. Toen hij de demo hoorde die Stef Caers en ik al hadden opgenomen, was hij volledig down met het idee. Hij bleek ook een verwoede fan van Marvin Gaye. Maar een week voor onze afspraak cancelde hij alles. Ik was woedend want Nakuenda is de belangrijkste track op het album. We hadden alles al opgenomen.’

         

De ongelukkige beslissing van Lidell werd slechts een kleine domper op de muzikale vreugde. Toen later Amp Fiddler onze contreien aandeed, greep Baloji zijn kans. ‘Ik deed mijn verhaal en zijn management antwoordde me dat er voor duizend euro misschien wel wat tijd kon gevonden worden. I broke my ass and asked him to be there. En hij was er, tussen twee Belgische shows door. We zijn echt connected nu. Hij vertelde over zijn samenwerking met J Dilla en liet ons enkele beats horen die hij met hem gemaakt had. We namen zelfs samen nog een track op die bestemd is voor zijn volgende album. Ik schrok ervan want ik had al veel gehoord dat het allemaal business was. Dat de labels er teveel tussen zouden zitten. Maar ik nam gewoon de telefoon en belde, mailde of zocht contact via internet.’

‘Ik heb ergens mijn guests op een egoïstische manier gekozen. Met wie kon ik samenwerken om dichter bij het eindresultaat te komen dat ik in gedachten had. Ik wil werken met diegene die het meest in dat totale idee past. Zo wou ik iets maken over Gent en – met alle respect voor de Gentse hiphopheads – als ik aan Gent denk, denk ik aan elektro. Dan rinkelt het Soulwax- of het The Glimmers-belletje. Toen ik Soulwax contacteerde, antwoordden ze niet dus vroeg ik het aan The Glimmers. En ik ging echt uit mijn dak toen ik de beat hoorde. Bij Gabriël Rios heeft veel ook met vriendschap te maken. Hij heeft totaal niks met de Belgische hiphopscene te maken maar hij zegt al jaren dat ik goed bezig ben. Hij nodigt me voortdurend uit om eens een verse te doen tijdens een van zijn shows. En ik wou een nummer op het album dat heel chanson moest klinken zoals onder andere Joe Dassin. Dat was de muziek die ik hoorde toen ik voor het eerst in België kwam. Ik groeide op met die muziek. Bovendien voel ik me verwant met Rios omdat ook hij jaren geleden in België terecht kwam. Hij moest zich ook in een familie inleven. Hij is het verhaal van elk gescheiden kind dat zijn nieuwe broer en zus maar moet aanvaarden. Niets of niemand op Hotel Impala is lukraak gekozen.’

Een en ander speelde wellicht mee in het relatief vlotte verloop van the making of. Zo belandde Baloji, nadat hij vruchteloos probeerde bij kleinere labels binnen te geraken, uiteindelijk op de major EMI Belgium. ‘Dat was initieel niet mijn plan en EMI stond als laatste op mijn lijstje. Je zou denken dat EMI niet geeft om de situatie waarin muzikanten verkeren of om hun emoties. Zij verkopen enkel de muziek en dat is nu eenmaal ook hun job.’ Maar de directeur van EMI Belgium was onder de induk van de 5 track-demo waarmee Baloji kwam aanzetten. ‘Hij vond die shit geweldig. Hij gaf me niet alleen carte blanche maar leverde ook het idee om de video te doen. Dat was ikzelf nooit van plan en had ik ook nooit gedacht van EMI. Ik probeerde verder en zei dat de cover zou geïnspireerd zijn door de hoes van een Bobby Blues Band-album. Ik wou 16 nummers, in het boekje moesten evenveel foto’s staan en ik wou dat Pablo Gonzales het artwork voor de cover deed. Nog diezelfde dag gaf hij zijn goedkeuring. I give you a go. Ongelooflijk.’

‘Ik denk niet dat ze verwachten dat ik zoveel verkoop. Het is een risico. Nu klinkt het allemaal gemakkelijk nu alles klaar is. Ik weet ook dat er nu al mensen slecht over mijn album praten. Omdat het er uitziet als het grootste project van het jaar. Dat ik het enkel doe om iedereen te imponeren. Maar de making of was een hele onderneming. We hebben er 18 maanden aan gewerkt. Bij Starflam was ik gewoon een mc die zijn verses deed. Toen Mig One me voor sommige tracks vroeg welke versie ik het beste vond, had ik iets van whatever. Mijn enige zorg was of mijn nabije omgeving het goed zou vinden. Bij dit album hoopte ik vooral dat mijn moeder en de mensen in Congo het goed zouden vinden. Ik hoopte dat ze het allemaal op de juiste manier zouden interpreteren.’

Baloji’s moeder kreeg de cd en het bijhorende boekje met tekst en beeld. ‘Ze vindt het goed maar ze is niet echt hiphopminded. Daarom ook dat ik Hotel Impala in zekere zin redelijk simpel gehouden heb. In mijn flows probeer ik niet zo technisch te zijn als pakweg Pharoahe Monch of Ludacris. Ik hou van die twee want technisch gezien zijn ze ongelooflijk, maar tekstueel gezien moest het bij mij eerder een conversatie zijn.’

Congo

’Het was de eerste keer dat ik terugkeerde naar Congo sinds ik er op 4-jarige leeftijd vertrokken was. (stilte) Het was heavy. Een van de zwaarste momenten uit mijn leven.

Baloji zou het antwoord op de vraag van zijn moeder bij haar persoonlijk gaan afgeven. Een bewogen reis want Baloji moest ook ginder iedereen warm maken voor de video die hij daar wou maken. ‘Ik moest de song Tout Ceci Ne Vous Rendra Pas Le Congo voorstellen: aan het consulaat, aan mijn familie, aan de inwoners en het land zelf, waarover je het aandurft om een song te maken. Ik moest iedereen die in de video meespeelt uitleg geven. Een hele klus maar ik kreeg hun steun en ze gaven me groen licht.’ Het enige waarop Baloji bekritiseerd werd, was zijn shirt met het opschrift Nègre De L’Afrique. ‘Toen ik die aanhad, liepen we in het midden van de grootstad en iedereen had iets van fuck. Ik gebruikte het ook in mijn lyrics, ergens om hen te shockeren.’

        

‘Congo is nog steeds meer mijn land dan België, ook al ben ik compleet anders dan de meeste mensen daar’, zegt Baloji en hij geeft tegelijk toe dat hij er zich ergens ook thuis voelde. ‘Maar mijn state of mind en mijn cultuur zijn Europees. Daar stond ik toch van versteld. Ik heb een Europese manier van denken en reageren. Ik had ook maar enkele herinneringen aan mijn prille jeugd in Afrika zoals de de atmosfeer en enkele geuren. Eerder zuiver culturele aspecten. Als ik terugkwam had ik ergens het gevoel dat het nog steeds dezelfde plaats was. Het is als thuiskomen in de keuken van je moeder die nog steeds hetzelfde ruikt.’

De toekomst

Momenteel woont Baloji in Luik maar eigenlijk voelt hij zich nergens thuis. ‘Misschien hoef ik me niet echt ergens thuis te voelen. Ik voel me comfortabel als ik ergens tussenin ben. Op volume 2 heb ik het daar meer over. We hebben al zes tracks voor de opvolger. Het wordt een korter album. Dat staat al vast (lacht). Geen songs van acht minuten meer. Ik wil nu ook iets voor de mensen van Lubumbashi organiseren. Begrijp me niet verkeerd maar ik denk dat een zekere vorm van roem en bekendheid je helpt om iets te verwezenlijken. Axelle Red doet samen met haar management veel voor organisaties zoals Oxfam. Ze zit in de ideale positie om zoiets te doen. Ik heb haar management al om de nodige contacten gevraagd. Er zijn mooie projecten maar die hebben een gezicht nodig. Dat realiseer ik me nu pas. Je moet eerst erkenning krijgen om verder te kunnen geraken. Ik wil ook dat hotel Impala een beetje verkoopt. Gewoon om het budget te vergaren voor een tweede album. Ik moet niet perse heel veel verkopen. Voor mij is Hotel Imapala sowieso al een succes.'

Op vrijdag 30 november treedt Baloji op in Petrol Club in Antwerpen.

www.baloji.com
MySpace
Tout Ceci Ne Vous Rendra Pas Le Congo Video
Baloji
Baloji
Baloji
mdw
 
Archief
Nieuws -  Telex -  Portret -  Collector -  Galerij -  Video -  Review -  Studio -  Download